Interviewreeks: volg vijf Nederlandse studenten in Duitsland

Deel 2 - De eerste weken

12 mei 2016
In deze interviewreeks volgen wij vijf Nederlandse studenten en jonge onderzoekers die naar Duitsland zijn verhuisd om daar te studeren of onderzoek doen met een DIA-Stipendium. Gedurende hun verblijf zullen ze hun ervaringen met ons delen. In het tweede deel van de reeks praten we met hen over hun eerste weken in Duitsland.

 

Lees hier deel 1 van de interviewreeks over de voorbereiding.



 

Jullie zitten ondertussen al een tijdje in Duitsland. De belangrijkste vraag is natuurlijk: hoe bevalt het?

Paulien: Het bevalt heel goed! In het begin moest ik vooral erg wennen om de hele dag Duits te praten, waardoor ik ’s avonds behoorlijk moe was. Het is gek om opeens niet alles te kunnen zeggen wat je denkt. En dat terwijl iedereen heel geïnteresseerd is in jouw ervaringen of opvattingen. Mijn collega’s willen me ook allerlei typisch Duitse dingen leren: ik heb veel geluk met het gezellige team waarin ik ben terecht gekomen.

Steef: Hier in München bevalt het ook heel erg goed. Naast de studie zijn er hier veel leuke dingen te doen en in het weekend worden vaak activiteiten georganiseerd door het TUM International Office (TUMi) met andere Erasmus-studenten. Bijvoorbeeld een museumbezoek, een kroegentocht of een stedentrip. Erg leuk!

Danny: Hamburg is een toffe stad om in te wonen en te studeren. Al valt het weer tot nu toe nog een beetje tegen, april doet ook hier “wat ‘ie wil”.

Richt: In Rostock bevalt het me ook erg goed! De stad is klein, maar biedt veel mogelijkheden en het ligt prachtig aan het water. Mijn huisgenoten en collega’s zijn aardig en verwelkomend.

Merel: Mij bevalt het ook ontzettend goed in Berlijn. Ik heb heel veel interessante colleges en dat is precies waar ik voor gekomen ben. Ook gaat het met de Duitse taal al een stuk makkelijker, sommige dingen zeg ik tegenwoordig makkelijker in het Duits dan in het Nederlands.

Merel staat op het punt te vertrekken naar Berlijn.

Hoe verliepen jullie eerste weken?

Richt: De eerste dagen moest ik met een Laufzettel door het instituut om van alle onderdelen waar ik mee te maken krijg een handtekening te ontvangen. Een goede manier om de weg en de mensen te leren kennen. Ik help mee in verschillende onderzoeksprojecten. We werken eraan om CO2 om te zetten in bruikbare bouwstoffen voor bijvoorbeeld de kunststofindustrie. Ik merk echt dat mijn instituut ook voor 50 procent met het bedrijfsleven samenwerkt. Anders dan het fundamentele onderzoek aan de universiteit, waar ik tot nu toe ervaring mee had.

Steef: De eerste twee weken was het semester nog niet begonnen, die tijd heb ik wat praktische dingen geregeld en zelfstandig München ontdekt. Daarop volgden twee introweken, met elke dag TUMi-activiteiten waarbij ik veel mensen heb leren kennen. Nu doe ik vier Duitstalige vakken aan de universiteit en een cursus Duits. Over het algemeen valt het communiceren in het Duits me erg mee en ik merk dat mijn Duits in een maand al erg verbeterd is.

Steef voor het Olympisch Stadion in München.

Merel: Mijn colleges begonnen ook pas twee weken na mijn verhuizing naar Berlijn. In die tijd ben ik naar veel interessante (literaire) lezingen, comedynights en vlooienmarkten geweest. Verder had ik een Immatrikulationstag en een “Erasmus training” waar je je inschrijft op de universiteit, uitleg krijgt over praktische dingen en andere Erasmus-studenten ontmoet. Mijn studieprogramma is heel divers, maar tegelijkertijd heel verdiepend omdat de Humboldt-Universität veel “mono-seminars” aanbiedt, colleges waarin één auteur of één werk centraal staat.

Paulien: Ik heb meteen veel gewerkt bij het Herzzentrum en in mijn vrije tijd de stad verkend. Ik doe op het moment vooral experimenten met spiercellen in het laboratorium. Ik had wel verwacht dat de analyses gemakkelijker zouden zijn, alles duurt langer dan gepland. Gelukkig heerst er een goed teamgevoel in het lab en helpen we elkaar veel. Ik had niet verwacht me zo snel thuis te voelen op een werkplek in het buitenland, dat viel dus erg mee. Aan de andere kant voel ik me ’s avonds of in het weekend soms wat eenzaam. Thee drinken met iemand via Skype is toch anders dan samen op de bank thee drinken.

Danny: Ik heb de eerste tijd Hamburg ontdekt, gewapend met mijn camera. Aan de universiteit volg ik verschillende vakken, seminars en colloquia in de nanofysica. Ook volg ik een uniek researchproject, waarbij ik in een top-onderzoeksgroep onderzoek kan doen dat toepasbaar is op toekomstige datatechnologie.

Danny geeft een presentatie aan de universiteit in Hamburg.

Moesten jullie ter plekke nog veel regelen?

Merel: Iedereen die naar Berlijn verhuist, zal op een gegeven moment te maken krijgen met het beruchte Berliner Bürgeramt, waar je je inschrijft bij de gemeente, met vaak lange wachttijden. Gelukkig viel dat bij mij wel mee en kon ik binnen twee weken terecht. Het is allemaal niet lastig, het kan alleen wel wat tijd kosten.

Danny: Ik moest me persoonlijk inschrijven bij de universiteit en ik moest mijn woning nog betalen. Het verbaasde me wel dat ik de huur contant moet betalen, toch gek voor een Studentenwerk.

Steef: Toen ik in München gearriveerd was, moest ik alleen nog een Duitse simkaart regelen, mijn sportabonnement aanvragen en een fiets kopen. Overal in de stad kun je gelukkig wel een simkaart kopen en een fiets vind je eenvoudig via Facebook of Ebay-Kleinanzeigen. Hoe een sportabonnement aangevraagd kon worden, stond duidelijk in de brochure die ik vanuit de universiteit gekregen had.

Paulien: Het lastigste was om van mijn Nederlandse universiteit een verklaring in het Duits te krijgen dat ik daar PhD-student ben, maar nu een tijdje als gastmedewerker naar Leipzig ga. In een andere taal wilden ze het hier niet accepteren.

Richt: Ik moest me hier alleen nog maar aanmelden bij de stad Rostock. In verband met de grote stroom vluchtelingen gelden daarvoor aanvullende regels, waardoor ik nog extra formulieren moest laten ondertekenen door mijn huisbaas, maar dat was niet echt lastig.

Richt voor haar onderzoeksinstituut in Rostock.

Merken jullie dat er verschillen zijn tussen studeren of onderzoek doen in Nederland en Duitsland?

Steef: Ja, dit merk ik na twee weken al sterk! Toen ik hier voor het eerst mijn rooster zag dacht ik dat er iets niet klopte. Ik heb maar elf contacturen in de week, terwijl ik op de universiteit in Eindhoven gemiddeld het dubbele heb. Ook wat er van een Duitse student verwacht wordt is anders. Hier wordt bijna geen oefenmateriaal aangeboden en moet het leren en bijhouden van een vak meer uit jezelf komen. Dit verschil had ik niet verwacht, dat was even omschakelen, maar het geeft me ook meer vrijheid om doordeweeks andere dingen te doen aangezien ik naast mijn tentamens geen deadlines heb.

Merel: Ik heb het idee dat het hier meer gaat om de vergaring van kennis en het studeren voor jezelf in plaats van het “afvinken” van verplichte vakken. Het studieprogramma is anders opgebouwd: er zijn verplichte modules, maar daarbinnen heb je veel keuzevrijheid. Je kan bijvoorbeeld kiezen om een vak te volgen zonder een afsluitend tentamen of essay en toch studiepunten krijgen en je kunt makkelijk vakken uit andere studiegebieden volgen. Studenten zijn erg ijverig en serieus. Er is veel inbreng vanuit de groep, zo heb ik nog nooit meegemaakt dat een groepsdiscussie doodviel. Verder bevalt het me goed om ’s middags voor een paar euro warm te eten in de mensa van de universiteit.

Paulien: Ik vind het ook een leuk verschil dat we bijna elke middag met het hele team warm eten. Dat leidt tot leuke gesprekken en ik leer veel van de cultuur. En ’s avonds hoef je niet meer te koken, maar kun je Abendbrot eten. Dat ga ik in Nederland missen denk ik. Ik merk ook dat hier in Duitsland dingen wat officiëler gaan. Zo moest ik bijvoorbeeld veel papierwerk zoals diploma’s en certificaten inleveren om ingeschreven te worden aan de universiteit. Ook heb ik gezien dat er meer hiërarchie is, zo spreekt men de doctoren in het ziekenhuis aan met Herr/Frau Doktor. Ik ben wel blij dat mijn begeleider niet zo formeel is, daardoor voel ik me wat gemakkelijker thuis.

Paulien in het laboratorium waar zij onderzoek doet in Leipzig.

Richt: Die diepgewortelde hiërarchie herken ik ook. Heel cliché-bevestigend. De baas is de baas (ook voor collega’s die net zo oud zijn) en ondanks dat ik “nog maar” masterstudent ben, zijn er iedere week analisten en laboranten voor mij aan het werk, die mij als baas zien.

Danny: In Nederland wordt er veel meer digitaal geregeld. Mijn studentenkaart is bijvoorbeeld een los briefje, net als mijn semesterticket en mijn sportkaart, en als je daarbij ook nog fitnest heb je nóg een los briefje. In Nederland is dat allemaal veel handiger in één plastic kaart verwerkt.

Hebben jullie al iets verrassends of bijzonders meegemaakt in Duitsland?

Steef: Telkens als hier een college eindigt, dan wordt er door iedereen op de tafel geklopt als “applaus” voor de docent. Hoewel iemand me hierover al verteld had, vind ik het nog steeds elke keer erg amusant. Verder merk ik met name in de service niet dezelfde vriendelijkheid die ik gewend ben in Nederland, al zijn de mensen hier wel erg behulpzaam. Het leukste dat ik tot nu toe heb meegemaakt is het gezellige Frühlingsfest, een soort kleinschalig Oktoberfest. Om hier met een groep vrienden heen te gaan, in natuurlijk de gebruikelijke klederdracht (Lederhose en Dirndles), was een topmoment om de Bayerische cultuur te beleven!

Paulien: In Leipzig vind ik de mensen ook verrassend behulpzaam. Bijvoorbeeld toen ik een keer met mijn fiets in de tramrails terecht kwam en ben gevallen, stonden er meteen drie mensen om me te helpen. Daarnaast is het als voedingswetenschapper heel interessant om te zien dat in Leipzig veganisme heel mainstream is: elke shoarmatent en pizzeria heeft veganistische gerechten. Er is zelfs een veganistische supermarkt en ook in de mensa vind je altijd een veganistisch gerecht. Het cliché van hipsters die op een brug in de zon zitten met Club Mate en Fritz Cola heb ik trouwens ook al waargenomen.

Merel: Wat mij verraste is de “biercultuur” in het openbaar. Je moet niet raar opkijken als je zakenmannen na hun werkdag met een biertje in de U-Bahn ziet zitten. En wat ik niet had verwacht: het is in zo’n grote stad als Berlijn heel lastig om een supermarkt te vinden die op zondag open is.

Danny: Ik heb een voetbalwedstrijd van St. Pauli bezocht met een geweldige ambiance in het stadion. Dat ligt midden in de stad en de club profileert zich als echte volksclub. Een hele leuke dag.

Richt: Wat mij verrast heeft, is het sterke gevoel bij alle jonge PhD-studenten dat je in Duitsland niets in de natuurwetenschappen kan doen zonder een Doctorstitel. Dat je, zoals sommige studenten in Nederland, na je master scheikunde geen PhD gaat doen, wordt hier in Duitsland in echt als heel raar gezien. En het blijft ook bijzonder om te merken hoezeer de Duitsers willen dat iedereen die hier is Duits spreekt. Op een vraag van mijn Chinese collega’s wordt bijvoorbeeld eerst in het Duits antwoord gegeven om hen te dwingen langzaamaan Duits te leren.

Danny voor zijn studentenflat in Hamburg.

Hebben jullie veel contact met Duitse medestudenten of collega’s?

Richt: Ik ga (in tegenstelling tot mijn eerdere studieverblijf in München) alleen maar met Duitse mensen om hier! Ongeveer 50 procent van het instituut is internationaal, maar ik ga iedere dag lunchen met een groep Duitse PhD-studenten. Fijn, want dat is goed voor mijn Duits en zo kan ik nog beter de Duitse cultuur en gewoonten leren kennen.

Paulien: Het onderzoeksteam waarin ik werk is bijna volledig Duits en de voertaal op de werkvloer is ook Duits, dus ik ben erg blij dat ik een intensieve taalcursus gevolgd heb. Nu kan ik gewoon meepraten en ik merk dat zij het erg bijzonder vinden dat ik de taal zo beheers.

Merel: Ik onderneem vooral veel met een aantal Erasmus-studenten. Ik heb wel contact met Duitse medestudenten, maar hiervoor moest ik wel de eerste stap zetten. Ik heb het idee dat veel mensen hier studie/werk en privéleven misschien wat meer gescheiden houden.

Steef: Helaas kom ik tijdens mijn studie ook niet veel in contact met de Duitse medestudenten, maar wel via TUMi activiteiten. Ook heb ik een Duitse huisgenoot waar ik het goed mee kan vinden.

Danny: Ik heb ook vooral Duitsers leren kennen buiten de studie om, namelijk op het voetbalveld. Ik voetbal hier bij de universiteit, zo maak je snel vrienden. Al moet ik niet zeggen dat ik uit Nederland kom want dan krijg ik meteen de vraag, enigszins treiterend: Waarom is Nederland niet op het komende EK?

Steef met een traditioneel 'Maß' tijdens het Frühlingsfest in München.

Heb je tot nu toe veel gehad aan het DIA-Stipendium?

Danny: Ik heb er al veel aan gehad. Ik kan mijn Duitsland-tijd volledig benutten zonder zorgen hoeven te maken over geld. Een fijn gevoel.

Steef: Het DIA-Stipendium is erg bruikbaar voor een stad zoals München want het is een erg dure stad om in te wonen en in te leven, maar met de beurs kan ik me goed redden hier. Vooral omdat je toch enkele dingen eenmalig moet aanschaffen voordat je je plek en leven helemaal hebt ingericht.

Paulien: Mee eens, het is fijn om een tegemoetkoming te hebben in de extra kosten die een verblijf in het buitenland met zich mee brengt. Ook merk ik dat mensen het erg indrukwekkend vinden dat je Stipendiat bent en je graag willen helpen om er het meeste uit te halen.

Richt: In mijn vrije tijd ben ik veel naar het theater of het filmhuis gegaan en ik heb al uitstapjes gemaakt naar Lübeck, Bremen en Berlijn. Binnenkort wil ik ook nog graag naar het eiland Rügen. Dit zijn activiteiten die ik zonder de beurs niet snel had kunnen doen, maar die het mogelijk maken Duitsland en Rostock goed te leren kennen.

Merel: Ja, het DIA-Stipendium maakt het net even wat makkelijker om naar lezingen en musea te gaan. Ook merk ik dat ik hier een stuk meer boeken nodig heb voor een vak, daar helpt de beurs ook bij.


 

Benieuwd hoe het Steef, Richt, Merel, Paulien en Danny vergaat? Lees deel 3 over de tussenstand na een paar maanden en deel 4 over de laatste weken.

Meer weten over ervaringen van Nederlandse HBO'ers? Hier lees je de interviewreeks van HBO-studenten Nick en Arno die een half jaar een minor volgen in Brühl bij Keulen.


top