Studiepuntenmobiliteit tussen Nederland en Duitsland

Hier vind je alle informatie over Nederlandse studenten die een deel van hun studie in Duitsland hebben gedaan, en over Duitse studenten die voor een beperkte tijd naar Nederland zijn gekomen.

Met de term studiepuntenmobiliteit worden studenten bedoeld die een deel van hun studie in het buitenland volgen, dus geen gehele studie zoals dat bij diplomamobiliteit het geval is. Lees meer over Duits-Nederlandse diplomamobiliteit. Onder studiepuntenmobiliteit vallen bijvoorbeeld uitwisselingen in het kader van Erasmus+, maar ook andere uitwisselingsprogramma's. De hieronder gepresenteerde statistieken hebben alleen betrekking op het Erasmusprogramma.

Voor deze data zijn de volgende bronnen gebruikt:

De data voor het jaar 2012 zijn niet beschikbaar via de mobility statistics van Nuffic, vandaar dat de gegevens over dat jaar slechts deels worden weergegeven op basis van de andere hierboven genoemde bronnen. De meest recente, beschikbare data zijn voor een deel van de onderstaande onderwerpen uit 2013 en voor een deel uit 2016.



Nederlandse studenten in Duitsland

Het programma Erasmus+ wordt steeds populairder bij Nederlandse studenten. In 2016 vertrokken 13.107 Nederlandse studenten naar een ander Europees land in het kader van het Erasmus+-programma. Dat waren er 9 jaar eerder, in 2007, nog maar 5.986. Er heeft dus een stijging van 119 procent plaatsgevonden.

Tussen 2007 en 2016 is het aantal Nederlandse Erasmusstudenten dat naar Duitsland vertrok zelfs nog sterker gestegen, van 563 tot 1.467. Dat is een stijging van maar liefst 161 procent. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal stages (met 251 procent), maar ook door een sterke toename van het aantal studieverblijven (met 111 procent).

Ongeveer een tiende van de Nederlandse Erasmusstudenten koos voor Duitsland. Dat percentage varieert sinds 2008 tussen de 10 en de 13 procent. Duitsland staat hiermee sinds 2008 stabiel op de derde plaats van populairste bestemmingen, na Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Deze twee landen staan wel op een relatief grote afstand: beide trokken ongeveer 50 procent meer Nederlandse studenten dan Duitsland. Aan de andere kant zien we dat de afstand tussen Duitsland en de nummers 4 en 5 steeds meer groeit.

In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Nederlandse Erasmusstudenten tussen 2008 en 2016 te zien.

Opvallend is dat ongeveer evenveel Nederlandse studenten naar Duitsland gaan voor studie als voor stage. In 2016 ging iets meer dan de helft (52 procent) van de Nederlandse studenten die naar Duitsland gingen, daar voor hun  studie heen. De rest ging voor een stage. In andere landen zien we veel ongelijkere verhoudingen. Zo deden Nederlandse studenten die naar Zweden of Frankrijk gingen veel vaker een studie (resp. 80 en 82 procent), terwijl studenten in België vaker stage liepen (63 procent).

Duitsland ontvangt sinds 2007 steeds meer Erasmusstudenten. Dit aantal steeg tussen 2007 en 2013 (meest recente beschikbare data) met 49 procent, van 20.822 naar 30.996 studenten.

De hierboven genoemde Nederlandse studenten die naar Duitsland gingen, maakten slechts een klein deel uit van het totaal aantal Erasmusstudenten dat in Duitsland verbleef. In 2013 kwam 4,4 procent van de Erasmusstudenten in Duitsland uit Nederland. Dat komt neer op 1.379 studenten. Hiermee staat Nederland op nummer 7 na Spanje, Frankrijk, Italië, Turkije, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Het percentage Nederlanders is overigens 2007 en 2013 wel gestegen. In 2007 stond Nederland nog op de 10e plaats, met slechts 2,7 procent.

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Duitsland per herkomstland.

Als we de Nederlanders in Duitsland met studenten uit andere landen vergelijken, kunnen we ook hier concluderen dat het aantal stages en studies van Nederlanders in Duitsland evenrediger verdeeld is dan die van studenten uit andere landen. In 2013 was de verhouding studie-stage 44 tegenover 56 procent. Bij de studenten uit andere landen zien we datzelfde jaar grote verschillen in het aantal studies tegenover het aantal stages. Uit Italië, Turkije en Tsjechië kwamen bijvoorbeeld meer dan 80 procent van de studenten voor een studie naar Duitsland, en uit Oostenrijk slechts 35 procent.



Duitse studenten in Nederland

Ook bij Duitse studenten wordt het steeds populairder om een periode in het buitenland te verblijven in het kader van het Erasmus+-programma, al zien we hier een lichtere stijging dan in Nederland. Uit de meeste recente beschikbare cijfers blijkt dat in 2013 in totaal 36.284 Duitse studenten deelnamen aan het programma. Dat waren er in 2007 nog een kleine 10.000 minder (6.286); een stijging van 38 procent. In diezelfde periode steeg het aantal Nederlandse Erasmusstudenten overigens veel sterker, met 81 procent.

Van het aantal Duitse studenten die naar Nederland zijn gekomen, zijn recentere data beschikbaar. Dit aantal steeg tussen 2007 en 2016 van 903 naar 1.861: een stijging van 103 procent. Opvallend is dat het aantal Duitse studenten dat stage kwam lopen in Nederland veel sterker is gestegen (met 168 procent) dan het aantal studenten dat kwam om te studeren (met 80 procent). Desondanks was het aantal Duitse studenten dat in Nederland ging studeren veel groter dan het aantal dat stage kwam lopen in Nederland; in 2016 kwam bijvoorbeeld 72 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor een studie naar Nederland.

Er zijn relatief veel landen populairder dan Nederland voor Duitse studenten. In 2013 koos slechts 3,5 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor Nederland, waarmee het op de 9e plek staat na Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Turkije, Italië, Finland en Ierland. Het percentage van de Duitse Erasmusstudenten dat naar Nederland komt, is sinds 2007 stabiel. Het varieert tussen 3,1 en 3,5 procent van het totaal aantal Duitse Erasmusstudenten.

In de onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Duitse Erasmusstudenten te zien tussen 2007 en 2013.

Sinds 2007 ontvangt Nederland steeds meer studenten uit Europese landen in het kader van het Erasmus+-programma. Het totale aantal steeg tussen 2007 en 2016 van 7.712 naar 12.755 studenten. Dat is een stijging van 65 procent. Het aandeel studenten dat voor een studie kwam, was gedurende deze hele periode veel groter dan het aandeel dat stage kwam lopen. Dat laatste percentage varieerde tussen de 9 en de 26 procent.

Het aantal Duitse Erasmusstudenten in Nederland steeg nog sterker, van 935 studenten in 2008 naar 1.861 in 2016; een stijging van maar liefst 99 procent. Hiermee maakte deze groep een zeer groot deel uit van het totale aantal Erasmusstudenten in Nederland. Duitsland staat sinds 2008 consequent in de top 3 van meest voorkomende herkomstlanden, samen met Spanje en Frankrijk, en nam in 2016 met 14,6 procent van de Erasmusstudenten in Nederland voor het eerst de koppositie in. De afstand tot de nummers 2 en 3 is met zo’n 2 procent ook meteen relatief groot.

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Nederland per herkomstland.


top