Studiepuntenmobiliteit tussen Nederland en Duitsland

Hier vind je alle informatie over Nederlandse studenten die een deel van hun studie in Duitsland hebben gedaan, en over Duitse studenten die voor een beperkte tijd naar Nederland zijn gekomen.

Met de term studiepuntenmobiliteit worden studenten bedoeld die een deel van hun studie in het buitenland volgen, dus geen gehele studie zoals dat bij diplomamobiliteit het geval is. Lees meer over Duits-Nederlandse diplomamobiliteit. Onder studiepuntenmobiliteit vallen bijvoorbeeld uitwisselingen in het kader van Erasmus+, maar ook andere uitwisselingsprogramma's. De hieronder gepresenteerde statistieken hebben alleen betrekking op het Erasmusprogramma.

Voor deze data zijn de volgende bronnen gebruikt:

  • de 'Facts and figures' op de website van Nuffic, geraadpleegd in oktober 2020;

  • De rapporten 'Wissenschaft Weltoffen' uit 2019 en 2020 van het DZHW (Deutsches Zentrum für Hochschul- und Wissenschaftsforschung) in samenwerking met de DAAD (Deutscher Akademischer Austauschdienst);

  • Aanvullende data aangevraagd in juni 2019 door de Duitslanddesk bij de DAAD over Duitse studenten die op uitwisseling gingen ("outgoing") en Europese studenten die naar Duitsland kwamen ("incoming") in het kader van het Erasmus+-programma

Bij de jaartallen is de telling van de rapporten 'Wissenschaft Weltoffen' van de DAAD aangehouden, hierdoor zijn de jaartallen van de website van Nuffic aangepast (hier is één jaar bij opgeteld). 

Hieronder vind je de meest recente, beschikbare data in november 2020. 

Nederlandse studenten in Duitsland

Het programma Erasmus+ wordt steeds populairder bij Nederlandse studenten. In 2018 vertrokken 14.319 Nederlandse studenten naar een ander Europees land in het kader van het Erasmus+-programma. Dat waren er 10 jaar eerder, in 2008, nog maar 5.986. Er heeft dus een stijging van 139 procent plaatsgevonden.

Tussen 2008 en 2018 is het aantal Nederlandse Erasmusstudenten dat naar Duitsland vertrok zelfs nog sterker gestegen, van 563 tot 1.531. Dat is een stijging van maar liefst 172 procent. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal stages (met 323 procent), maar ook door een sterke toename van het aantal studieverblijven (met 89 procent).

Van de Nederlandse Erasmusstudenten koos 11 procent in 2018 voor Duitsland. Dat percentage varieert sinds 2008 tussen de 9 en de 13 procent. Duitsland staat hiermee sinds 2009 stabiel op de derde plaats van populairste bestemmingen, na Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Deze twee landen staan wel op een relatief grote afstand: beide trokken ongeveer 50 procent meer Nederlandse studenten dan Duitsland. Aan de andere kant zien we dat de afstand tussen Duitsland en de nummers 4 en 5 aanzienlijk groter is geworden: in 2018 gingen 603 studenten méér naar Duitsland dan naar de nummer 4 dat jaar (Zweden). In 2009 was het verschil maar 10 studenten met de nummer 4 dat jaar (Frankrijk) . 

In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Nederlandse Erasmusstudenten tussen 2008 en 2018 te zien.

Opvallend is dat ongeveer evenveel Nederlandse studenten naar Duitsland gaan voor studie als voor stage. In 2018 ging iets minder dan de helft (45 procent) van de Nederlandse studenten die naar Duitsland gingen, daar voor hun studie heen. De rest ging voor een stage. In andere landen zien we veel ongelijkere verhoudingen. Zo deden Nederlandse studenten die naar Zweden of Frankrijk gingen veel vaker een studie (resp. 76 en 79 procent), terwijl studenten in België vaker stage liepen (68 procent).

Duitsland ontvangt steeds meer Erasmusstudenten. Dit aantal steeg tussen 2008 en 2018 met 57 procent, van 20.822 naar 32.686 studenten. Na 2016 zien we wel een relatief kleine daling van 660 studenten. Het aantal stages steeg tussen 2008 en 2018 veel sterker dan het aantal studieverblijven: met 265 procent tegenover 22 procent. Het aantal studieverblijven bleef alsnog veel groter dan het aantal stages, maar dit percentage wordt wel steeds kleiner: in 2008 was dit nog 85 procent tegenover 66 procent in 2018.

Het aantal Nederlandse studenten dat naar Duitsland ging in 2018 maakte slechts een klein deel uit van het totaal aantal Erasmusstudenten dat in Duitsland verbleef dat jaar: 4,7 procent. Dat jaar stond Nederland met 1.531 studenten op nummer 7 na Frankrijk, Italië, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Polen. Het percentage Nederlanders is overigens tussen 2008 en 2018 wel gestegen. In 2008 stond Nederland nog op de 10e plaats: met 563 studenten maakte Nederland slechts 2,7 procent uit van het totaal aantal Erasmusstudenten in Duitsland dat jaar.

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Duitsland per herkomstland.

Als we de Nederlanders in Duitsland met studenten uit andere landen vergelijken, kunnen we ook hier concluderen dat het aantal stages en studies van Nederlanders in Duitsland evenrediger verdeeld is dan die van studenten uit andere landen. In 2017 was de verhouding studie-stage van Nederlanders 50,5 tegenover 49,5 procent. Bij de studenten uit andere landen zien we datzelfde jaar grote verschillen in het aantal studies tegenover het aantal stages. Uit Frankrijk, Italië en Spanje kwamen bijvoorbeeld meer dan 70 procent van de studenten voor een studie naar Duitsland en uit Oostenrijk slechts 24 procent.



  

Duitse studenten in Nederland

Ook bij Duitse studenten wordt het steeds populairder om een periode in het buitenland te verblijven in het kader van het Erasmus+-programma, al zien we hier een lichtere stijging dan in Nederland. In 2018 namen in totaal 41.971 Duitse studenten deel aan het programma. Dat waren er in 2008 nog ruim 15.000 minder (26.289); een stijging van 60 procent.

Het aantal Duitse studenten dat naar Nederland is gekomen steeg tussen 2008 en 2018 van 904 naar 2.034: een stijging van 125 procent. Het aantal Duitse studenten dat in Nederland ging studeren is ieder jaar groter geweest dan het aantal Duitse studenten dat stage kwam lopen in Nederland; in 2017 kwam bijvoorbeeld 71 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor een studie naar Nederland.

Er zijn relatief veel landen populairder dan Nederland voor Duitse studenten. In 2018 koos slechts 4,8 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor Nederland, waarmee het op de 6e plek staat na Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Zweden.

In de onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Duitse Erasmusstudenten te zien tussen 2008 en 2018.

Sinds 2008 ontvangt Nederland steeds meer studenten uit Europese landen in het kader van het Erasmus+-programma. Het totale aantal steeg tussen 2008 en 2018 van 7.712 naar 14.639 studenten. Dat is een stijging van 90 procent. Het aandeel studenten dat voor een studie kwam, was gedurende deze hele periode veel groter dan het aandeel dat stage kwam lopen. Het percentage dat stage kwam lopen is echter wel sterk gestegen: met 555 procent tussen 2008 en 2018. Hierdoor was het percentage stages ten opzichte van het totaal aantal verblijven in 2008 nog maar 9 procent en in 2018 maar liefst 32 procent. 

Het aantal Duitse Erasmusstudenten in Nederland steeg nog sterker, van 903 studenten in 2008 naar 2.034 in 2018; een stijging van maar liefst 125 procent. Hiermee maakte deze groep een zeer groot deel uit van het totale aantal Erasmusstudenten in Nederland. Duitsland staat sinds 2008 consequent in de top 3 van meest voorkomende herkomstlanden, samen met Spanje en Frankrijk, en neemt in 2018 met 13,9 procent van de Erasmusstudenten in Nederland de koppositie in. De afstand tot de nummer 2, Frankrijk, is wel minimaal: dit scheelt slechts twee studenten. 

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Nederland per herkomstland.


top