Studiepuntenmobiliteit tussen Nederland en Duitsland

Hier vind je alle informatie over Nederlandse studenten die een deel van hun studie in Duitsland hebben gedaan, en over Duitse studenten die voor een beperkte tijd naar Nederland zijn gekomen.

Met de term studiepuntenmobiliteit worden studenten bedoeld die een deel van hun studie in het buitenland volgen, dus geen gehele studie zoals dat bij diplomamobiliteit het geval is. Lees meer over Duits-Nederlandse diplomamobiliteit. Onder studiepuntenmobiliteit vallen bijvoorbeeld uitwisselingen in het kader van Erasmus+, maar ook andere uitwisselingsprogramma's. De hieronder gepresenteerde statistieken hebben alleen betrekking op het Erasmusprogramma.

Voor deze data zijn de volgende bronnen gebruikt:

Bij de jaartallen is de telling van de rapporten 'Wissenschaft Weltoffen' van de DAAD aangehouden, hierdoor zijn de jaartallen van de website van Nuffic aangepast.

Hieronder vind je de meest recente, beschikbare data in juni 2019. Deze pagina wordt regelmatig geactualiseerd.

Nederlandse studenten in Duitsland

Het programma Erasmus+ wordt steeds populairder bij Nederlandse studenten. In 2016 vertrokken 13.107 Nederlandse studenten naar een ander Europees land in het kader van het Erasmus+-programma. Dat waren er 9 jaar eerder, in 2007, nog maar 5.986. Er heeft dus een stijging van 119 procent plaatsgevonden.

Tussen 2007 en 2016 is het aantal Nederlandse Erasmusstudenten dat naar Duitsland vertrok zelfs nog sterker gestegen, van 563 tot 1.538. Dat is een stijging van maar liefst 173 procent. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal stages (met 282 procent), maar ook door een sterke toename van het aantal studieverblijven (met 113 procent).

Van de Nederlandse Erasmusstudenten koos 12 procent in 2016 voor Duitsland. Dat percentage varieert sinds 2007 tussen de 9 en de 13 procent. Duitsland staat hiermee sinds 2009 stabiel op de derde plaats van populairste bestemmingen, na Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Deze twee landen staan wel op een relatief grote afstand: beide trokken ongeveer 50 procent meer Nederlandse studenten dan Duitsland. Aan de andere kant zien we dat de afstand tussen Duitsland en de nummers 4 en 5 aanzienlijk groter is geworden: in 2016 gingen 648 studenten meer naar Duitsland dan naar de nummer 4 dat jaar (Zweden). In 2008 was het verschil maar 10 studenten met de nummer 4 dat jaar (Frankrijk) . 

In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Nederlandse Erasmusstudenten tussen 2008 en 2016 te zien.

Opvallend is dat ongeveer evenveel Nederlandse studenten naar Duitsland gaan voor studie als voor stage. In 2016 ging iets meer dan de helft (50,5 procent) van de Nederlandse studenten die naar Duitsland gingen, daar voor hun studie heen. De rest ging voor een stage. In andere landen zien we veel ongelijkere verhoudingen. Zo deden Nederlandse studenten die naar Zweden of Frankrijk gingen veel vaker een studie (resp. 80 en 82 procent), terwijl studenten in België vaker stage liepen (63 procent).

Duitsland ontvangt steeds meer Erasmusstudenten. Dit aantal steeg tussen 2007 en 2016 met 58 procent, van 20.822 naar 32.934 studenten. In 2016 zien we wel een kleine daling van 412 studenten. Het aantal stages steeg tussen 2007 en 2016 veel sterker dan het aantal studieverblijven: met 252 procent tegenover 25 procent. Het aantal studieverblijven bleef alsnog veel groter dan het aantal stages, maar dit percentage wordt wel steeds kleiner: in 2007 was dit nog 85 procent tegenover 68 procent in 2016.

De hierboven genoemde Nederlandse studenten die naar Duitsland gingen, maakten slechts een klein deel uit van het totaal aantal Erasmusstudenten dat in Duitsland verbleef: 4,7 procent. In 2016 stond Nederland met 1.538 studenten op nummer 8 na Frankrijk, Italië, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Polen en Oostenrijk. Het percentage Nederlanders is overigens tussen 2007 en 2016 wel gestegen. In 2007 stond Nederland nog op de 10e plaats: met 563 studenten maakte Nederland slechts 2,7 procent uit van het totaal aantal Erasmusstudenten in Duitsland dat jaar.

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Duitsland per herkomstland.

Als we de Nederlanders in Duitsland met studenten uit andere landen vergelijken, kunnen we ook hier concluderen dat het aantal stages en studies van Nederlanders in Duitsland evenrediger verdeeld is dan die van studenten uit andere landen. In 2016 was de verhouding studie-stage van Nederlanders 50,5 tegenover 49,5 procent (zie ook hierboven). Bij de studenten uit andere landen zien we datzelfde jaar grote verschillen in het aantal studies tegenover het aantal stages. Uit Frankrijk, Italië en Spanje kwamen bijvoorbeeld meer dan 70 procent van de studenten voor een studie naar Duitsland en uit Oostenrijk slechts 24 procent.



  

Duitse studenten in Nederland

Ook bij Duitse studenten wordt het steeds populairder om een periode in het buitenland te verblijven in het kader van het Erasmus+-programma, al zien we hier een lichtere stijging dan in Nederland. In 2016 namen in totaal 40.615 Duitse studenten deel aan het programma. Dat waren er in 2007 nog een kleine 15.000 minder (26.289); een stijging van 54 procent.

Het aantal Duitse studenten dat naar Nederland is gekomen steeg tussen 2007 en 2016 van 904 naar 1.901: een stijging van 110 procent. Het aantal Duitse studenten dat in Nederland ging studeren is groter dan het aantal dat stage kwam lopen in Nederland; in 2016 kwam bijvoorbeeld 71 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor een studie naar Nederland.

Er zijn relatief veel landen populairder dan Nederland voor Duitse studenten. In 2017 koos slechts 4,7 procent van de Duitse Erasmusstudenten voor Nederland, waarmee het op de 6e plek staat na Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Italië. 

In de onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de populairste landen voor Duitse Erasmusstudenten te zien tussen 2007 en 2016.

Sinds 2008 ontvangt Nederland steeds meer studenten uit Europese landen in het kader van het Erasmus+-programma. Het totale aantal steeg tussen 2008 en 2017 van 7.712 naar 12.755 studenten. Dat is een stijging van 65 procent. Het aandeel studenten dat voor een studie kwam, was gedurende deze hele periode veel groter dan het aandeel dat stage kwam lopen. Het percentage dat stage kwam lopen is echter wel sterk gestegen: met 367 procent tussen 2007 en 2016. Hierdoor was het percentage stages ten opzichte van het totaal aantal verblijven in 2007 nog maar 9,2 procent en in 2016 maar liefst 26 procent. 

Het aantal Duitse Erasmusstudenten in Nederland steeg nog sterker, van 904 studenten in 2007 naar 1.901 in 2016; een stijging van maar liefst 110 procent. Hiermee maakte deze groep een zeer groot deel uit van het totale aantal Erasmusstudenten in Nederland. Duitsland staat sinds 2008 consequent in de top 3 van meest voorkomende herkomstlanden, samen met Spanje en Frankrijk, en nam in 2016 met 14,9 procent van de Erasmusstudenten in Nederland de koppositie in. De afstand tot de nummers 2 en 3 is met zo’n 2,5 procent ook meteen relatief groot.

In de onderstaande grafieken zien we de ontwikkeling van het aantal Erasmusstudenten in Nederland per herkomstland.


top