"Duitsland spreekt mij in veel opzichten aan"

Interview met Lynn Stroo, in 2013 in Berlijn voor haar scriptieonderzoek

Auswärtiges Amt, Berlin © Andreas Praefke

Waarom ging je voor je masterscriptie naar Berlijn?

In juni 2012 studeerde ik af in geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, met een bachelorscriptie over de Nederlands-Duitse betrekkingen direct na de Eerste Wereldoorlog (WO I). Ik was op dit thema gekomen toen ik een half jaar in Freiburg studeerde in het kader van een uitwisselingsprogramma. Aan het einde van een mondeling tentamen vroeg een professor mij of ik wist hoe er in Nederland destijds aangekeken werd tegen het Verdrag van Versailles (1919), de vrede waarmee WO I officieel beëindigd werd. De professor vermoedde dat Nederland niet gelukkig was geweest met het verdrag, aangezien Duitsland, zijn belangrijkste handelspartner, hard gestraft werd door de geallieerden en de internationale speelruimte van het land aan banden werd gelegd. Voor een klein handelsland moest zoiets desastreus zijn.

De uitspraken van de professor wekten mijn interesse en zo werd dit het onderwerp van mijn bachelorscriptie. In januari 2013 won ik met deze scriptie de aanmoedigingsprijs van het Duitsland Instituut Amsterdam en de Volkskrant. Hiervoor was ik al in mei 2012 een week in Berlijn geweest om in de archieven van het Auswärtige Amt (het Duitse ministerie van buitenlandse zaken) te speuren naar bruikbaar materiaal. De positieve reacties op deze scriptie leidden ertoe dat ik in mijn masterscriptie met dit onderwerp door wilde gaan en daarvoor moest ik voor langere tijd onderzoek doen in de Berlijnse archieven.

En waar ging je masterscriptie precies over?

Mijn masterscriptie ging wederom over de Nederlands-Duitse politieke betrekkingen, maar dan iets later in het interbellum, vanaf 1925 tot 1929. Deze periode begint met lichte voorspoed, maar al snel wordt er een dieptepunt bereikt als de economische wereldcrisis in 1929 ook Europa bereikt. Het is een periode die de betrekkingen wederom op scherp zet. Omdat ik in mijn masteronderzoek ook  de Duitse kant van de betrekkingen wilde onderzoeken en weer veel primaire bronnen wilde gebruiken, besloot ik langer naar Berlijn te gaan. Ik wilde niet alleen maar onderzoek doen in het archief van het Auswärtige Amt, maar ik wilde ook kijken wat er te vinden was in het Bundesarchiv, waar onder andere de economische documenten bewaard worden.

© Lynn Stroo

Hoe ben je in de archieven in Berlijn te werk gegaan?

Door mijn eerdere bezoek aan het archief van het Auswärtige Amt in Berlijn wist ik hoe het in zijn werk ging en wat voor bronnen ik er kon vinden. Van tevoren heb ik via internet opgezocht welke documenten voor mij relevant waren en welke ik op ging vragen. Ik heb contact gezocht met iemand van het archief, die mij per email waardevolle bron- en literatuursuggesties gaf. Hetzelfde heb ik gedaan bij het Bundesarchiv Berlin-Lichterfelde, het archief waar ik nog niet eerder was geweest.

Was het prettig werken in de Berlijnse archieven?

Ik ben vooraf door beide archieven zeer goed geholpen en geadviseerd. Ik kreeg de indruk dat ze het erg leuk vonden dat er buitenlandse interesse was voor hun archiefstukken, en het personeel was zeer hulpvaardig. De archieven in Berlijn werken echter wel traditioneler en langzamer dan in Nederland. Zo is het Nationaal Archief in Den Haag groot, toegankelijk en snel. In het Bundesarchiv is het bijna het tegenovergestelde. Een werkplek moet je ruim drie weken van te voren reserveren. Je moet duidelijk aangeven waarom je komt, en waarvoor. Je paspoort en spullen worden gecontroleerd. De computer- en internetmogelijkheden zijn beperkt. Het is net of je jaren teruggaat in de tijd. Het Bundesarchiv is gevestigd in een bijgebouw van een afgelegen kazerne. Er is geen internet, foto’s maken van de documenten is niet toegestaan (wel in het Auswärtige Amt) en documenten kunnen slechts één keer per dag worden aangevraagd. Dat vergt een goede voorbereiding, anders verlies je veel tijd.

Is het wel een vruchtbare zoektocht geworden?

Ik heb veel documenten gezien, waarvan niet alles relevant was voor mijn onderzoek. Uit hoe de documenten omschreven staan in de online database is namelijk niet altijd goed op te maken wat precies de inhoud is. Daardoor trof ik soms documentatie aan die weinig waarde had voor mijn onderzoek. Gelukkig heb ik ook veel waardevols gevonden, zoals correspondentie over hoe het Duitslandbeeld in Nederland was en hoe het bezoek van de Nederlandse koningin aan Duitsland werd voorbereid. Omdat ik geen foto’s mocht maken, kostte het veel tijd om alles door te lezen en aantekeningen te maken. Van sommige documenten konden kopieën gemaakt worden, maar die waren redelijk prijzig. Het Auswärtige Amt is kleiner en werkt iets sneller. De correspondentie over en met Nederland ligt daar bij elkaar opgeslagen, waardoor het zoeken makkelijker was. Daar mocht ik wel documenten fotograferen en die kon ik dan bij terugkomst in Nederland uitgebreider bestuderen.

Hoe beviel de rest van je verblijf in Berlijn?

Je kunt je in zo’n omgeving in ieder geval gemakkelijker inleven in het scriptieonderwerp, het land, de sfeer, en de taal. Ik heb in Berlijn ook bewust dingen ondernomen die binnen mijn onderzoeksthema pasten, om een beetje de sfeer van de jaren twintig en dertig te proeven. Zo geeft het Bauhaus-museum een mooi tijdsbeeld, net als de tijdelijke tentoonstelling Rund um die Welt van het DHM (Deutsches Historisches Museum), waarin het Duitse toerisme van de jaren twintig en dertig werd uitgebeeld. Verder is Berlijn op financieel gebied een prima plek om te wonen. Ik had een ruime kamer in een historisch pand voor 400 euro per maand en het levensonderhoud kan ook heel goedkoop zijn. Ik had daarnaast mijn fiets meegenomen uit Nederland zodat ik in alle vrijheid de stad kon verkennen en naar het archief kon fietsen. Dat alles bij elkaar opgeteld gaf mij de mogelijkheid om zoveel mogelijk dingen te ondernemen en te ervaren tijdens mijn verblijf. Het is een stad waar je je geen moment hoeft te vervelen!

© Lynn Stroo

Ben je van plan om in de toekomst nog eens naar Duitsland terug te gaan?

Duitsland spreekt mij in veel opzichten aan. Bovendien heb ik het gevoel dat er op wetenschappelijk vlak nog veel velden zijn die open liggen en onderzocht moeten worden, zeker als het gaat om de Nederlands-Duitse betrekkingen vóór de Tweede Wereldoorlog. Ik hoop dat ik daar in de toekomst misschien wel meer mee kan gaan doen, in de vorm van onderzoek bijvoorbeeld. Het is in ieder geval mijn plan om met de Nederlands-Duitse betrekkingen bezig te blijven, net als met de Duitse taal, in welke vorm dan ook.


top