Berlin, meine Zweimat

Verslag van de onderzoekstage van Merrit Beck in Berlijn in het wintersemester 2016/2017

Een avond in Berlijn. Foto: Merrit Beck

Tijdens het eerste semester van mijn verblijf in Berlijn heb ik onderzoek gedaan en heb ik leren leven als een Berlijner. Ik ontving voor dit semester het DIA-Stipendium. In dit verslag beschrijf ik mijn onderzoek en aspecten van mijn leven in Duitsland in het algemeen en specifiek in Berlijn. 

Afstudeeronderzoek

Ik onderzoek cognitieve stoornissen in neurologische aandoeningen, specifiek anti-NDMA-receptor encephalitis voor de afronding van mijn master in Brain and Cognitive Sciences. Deze zeldzame auto immuunziekte is pas sinds 2007 bekend en wordt slechts door een paar onderzoeksgroepen ter wereld onderzocht. Interessant feitje: Knut, de Berlijnse ijsbeed, overleed aan de gevolgen van anti-NMDA-receptor encephalitis, en was daarmee het eerste dier waarin deze ziekte werd beschreven.

Charité Krankenhaus Berlin

De onderzoeksgroep waar ik stage loop, wordt geleid door een neuroloog die is verbonden aan het academisch ziekenhuis van Berlijn, Charité Universitätsmedizin,een van de grootste academische ziekenhuizen van Europa. Tegelijkertijd is mijn onderzoeksgroep ook onderdeel van de Berlin School of Mind and Brain, een interdisciplinaire graduate school voor filosofisch en neurowetenschappelijk onderzoek. 

Dat brengt mij in de unieke positie dat ik de praktische klinische kant van het onderzoek in het ziekenhuis kan leren en daarnaast kan profiteren van de wetenschappelijk uitdagende omgeving van School of Mind and Brain. Daar zijn wekelijks meetings en lezingen, waarin projecten worden besproken of (inter)nationale sprekers over hun werk vertellen. Zo was laatst Edvard Moser, de Noorse Nobelprijswinnaar in de Natuurkunde van 2014, uitgenodigd om te komen spreken. Bijkomend voordeel is dat beide campussen aan elkaar grenzen, op een steenworp afstand van Berlin Haubtbahnhof.

Merrit bezocht de Rixdorf Weinachtsmarkt in Berlijn

Praktische en financiële kant

De verbondenheid van mijn onderzoeksgroep aan School of Mind and Brain, en daarmee onderdeel van Humboldt-Universität zu Berlin (HU), daagt me niet alleen uit op intellectueel gebied, maar het levert ook praktisch veel voordelen op. Zo kon ik me officieel registreren als HU student, waardoor ik nu niet alleen een ov-kaart heb om gratis met het openbaar vervoer te reizen, maar ook korting krijg in de Mensa, tegen gereduceerd (lees: zeer laag) tarief kan sporten bij de Hochschulsport en voor een schijntje een Duitse C1 taalcursus van 14 weken kan volgen bij het Sprachenzentrum van de HU. Dit zijn welkome extra’s, want ik krijg geen vergoeding voor mijn werk in het lab en het leven in Berlijn is duurder dan ik van te voren had verwacht.

Merrits eerste kamer bevond zich tegenover deze krakerswoning, in Friedrichshain

Dat het leven in Berlijn de laatste jaren flink duurder is geworden blijkt bijvoorbeeld uit de huizenprijzen. De vraag naar kamers in een buurt binnen de (S-bahn)ring is de laatste jaren enorm gestegen, met als gevolg dat je voor kamers die voorheen 300 euro kostten, nu 500 euro moet betalen. Doordat de vraag groter is dan het aanbod was het lastig om een huis voor de hele periode te vinden. Ruim voordat ik naar Berlijn ging begon ik met zoeken, maar mensen die hun kamer onderverhuurden via WG-gesucht.de wilden meteen (in Berlijn) afspreken, terwijl ik nog in Nederland aan het studeren was. Gelukkig kon ik via-via voor de eerste zes weken op een huis passen in een hippe buurt op de grens van Kreuzberg en Neukölln, liefkozend Kreuz-Kölln genoemd. Vanuit daar ging het zoeken en vinden beter.

Ik vond eerst voor drie maanden een woonplek, en daarna voor nog eens twee maanden. Het steeds verhuizen van plek heeft als voordeel dat je in verschillende buurten kunt wonen en zo meerdere plekken van deze grote stad echt leert kennen. Ik woonde enkel in gemeubileerde kamers, zodat ik zelf alleen wat kleren hoefde mee te nemen en dus makkelijk kon verhuizen.

Merrits tweede kamer was in Kreuzberg

De Duitse taal

Uit onzekerheid sprak ik in het begin van mijn verblijf vaak Engels, maar dan zeiden Duitsers vaak (in perfect Engels) dat ze geen Engels spraken. Al snel schakelde ik dus over op Duits, en hoewel ik een aardig woordje Duits spreek, is het niet altijd even makkelijk. Een keer zei ik iets op een verkeerde manier, wat de man achter de balie wel begreep maar incorrect vond (“viertel vor Zwölf”). Hij maakte me op zeer onaardige manier duidelijk dat ik het anders moest zeggen (“elf Uhr fünfundvierzig).

De traditionele regels van Siezen en duzen, die ik had geleerd van mijn eerdere Duitsland-ervaringen, heb ik compleet laten varen in Berlijn. In mijn onderzoeksgroep tutoyeert iedereen elkaar zonder dit specifiek af te spreken, inclusief de professor. Ik ben er nog steeds niet over uit of dit iets is in de academische wereld, of specifiek Berlijns. Ook op straat word ik meestal geduzt, maar op onverwachte moment dan toch met Sie aangesproken. Verwarrend!

IJspret op het Engelbecken in Berlijn (Foto: Merrit Beck)


Duitsland-specifieke ervaringen

Voor mijn verblijf in Duitsland dacht ik Duitsland en zijn gewoonten redelijk goed te kennen omdat ik er vaak was geweest en Duitse familie heb. Toch verbaasde ik me over sommige aspecten van mijn verblijf in Berlijn, zoals de taal of de bureaucratie. Ik had verwacht dat de verschillen tussen Duitsland en Nederland kleiner waren dan ik ze nu heb ervaren.

  • Verkeer: in het verkeer houdt iedereen zich keurig aan de regels, stopt voor elk stoplicht en zebrapad, en fietsers gedragen zich als auto’s bij een stoplicht door in een rijtje één voor één achter elkaar te wachten. Alleen oude vrouwtjes gebruiken hun fietsbel, dus als je die gebruikt als jonge student word je raar aangekeken.
  • Huisfeest: op huisfeestjes is het heel normaal dat iedereen zijn schoenen uittrekt en op een grote stapel bij de deur gooit; vergeet dus niet je sokken met gaten om te ruilen voor je mooiste paar voordat je naar een huisfeestje gaat.
  • Bureaucratie: om me ergens aan te melden, moest ik langs zeker vier verschillende balies, op verschillende dagen en tijden, om vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Eerst aanmelden hier, dan (contant!) betalen daar; daarna een stempel zus en een handtekening zo. Van automatisering lijken ze bij sommige instanties geen kaas te hebben gegeten.
  • Colleges: na een college of lezing wordt er niet geklapt, zoals in Nederland, maar op de tafel geklopt alsof je op een deur klopt maar dan veel langer. Het is niet oorverdovend, maar het voelt alsof de hele zaal een beetje opstijgt door het zoemende geluid dat de zaal collectief maakt. 

Lente in de Lottumstraße, Prenzlauerberg (Foto: Merrit Beck)

Toekomst

Op het moment van schrijven zit ik in de tweede helft van mijn onderzoek. De kortste dagen van de winter zijn achter ons en de lente laat zich af en toe zien. Het wordt langzamerhand tijd dat ik ga beslissen wat ik na mijn onderzoek hier in Berlijn ga doen, want dan ben ik afgestudeerd. Van tevoren was ik van plan terug naar Nederland te gaan en een baan te zoeken. Door de mogelijkheden die hier worden geboden voor promotie-onderzoeken ben ik toch gaan twijfelen of ik niet hier in Berlijn blijf wonen om te promoveren. Gelukkig heb ik nog een paar maanden om te beslissen, maar ongeacht de uitkomst zal ik de herinnering aan het studeren en wonen in Berlijn de rest van mijn leven koesteren.


top